Navigatie
Vorige Menu Volgende

10.Sapa
Het dorpje Sapa, in het uiterste noorden van Viet Nam, zo ongeveer tegen de Chinese grens aan,
is een soort Vietnamees Volendam. Of .... dat was het: het vredige dorpje, bevolkt door een culturele
minderheid werd helaas ontdekt door de toeristenindustrie. Toen ik er in 1994 voor het eerst aankwam
na een bustocht van drie uur over bijna verticaal liggend puin (tja het ligt op 1600 meter hoogte)
trof ik een twintigtal huisjes, drie hotels en een bescheiden markt aan.
Anno 2018 is de toegangsweg vervangen door 40 Km glad zigzag asfalt, geschikt voor 40 Km/uur
(men rijdt er dus 80), maar boven gekomen zie je een complete stad, naar schatting 500 hotels,
variërende van simpele gasthuizen van drie verdiepingen tot 400-kamer Hilton kopieën. De helft is
overigens nog in aanbouw, hoewel dat hier en daar veel lijkt op slopen.
Behalve een goede weg langs het centrale parkje (toevallig langs het gemeentehuis) zijn bijna alle
wegen replica's van de vroegere toegangsroute: puinhopen met gaten dus.
De plaatselijke bevolking, aangekleed als een soort kabouter Plop, loopt voortdurend te venten met
plaatselijke sierraden en kleedjes, maar is kennelijk zelf verdreven uit de stad. Ik zag wat barakken in
de verte waar enige inboorlingen zich ophielden. De rest van de bevolking is kennelijk geïmporteerd
en bemant/bevrouwt balies en kassa's, of wurmt zich met overbeladen motorfietsen tussen de anderen
en de vele gaten in de weg door.
De gevels waar je langs loopt of rijdt hebben een patroon dat je doet denken aan het dorpje van Asterix:
hotel-massage-eten-hotel-massage-eten-hotel-massage-eten-hotel-massage-eten-hotel-massage-eten ...
Ons hotel was een vreemde verassing: toen we van de receptie naar onze kamer op de 4e verdieping
wilden gaan, moesten we omlaag, niet omhoog: de receptie bleek op de 6e te zijn. Bijna alle grotere
hotels liggen op een helling; derhalve kom je vanaf de straat ongeveer op halve hoogte het hotel binnen.
Dat bouwen op hellingen blijkt een reden tot zorg: wanneer je gaat wandelen en je ziet e.e.a. vanaf de
andere kant, dan vraag je je af wanneer het zaakje naar beneden zal storten. De prioriteit ligt duidelijk
op de bouw. De locatie en de veiligheid komen later nog wel eens.
Na een wandeling stuitten we op een wegblokkade; doorlopen kost geld. Als zuinige Nederlanders
keerden we om. Daar stond een bord, dat vermeldde dat het fotograferen van de autochtonen geld kost.
Weer verderop stonden diverse borden waarop nog meer nuttige mededelingen, zoals: geef niets aan
bedelaars of kinderen, koop niets van venters aan de straat. Hoe je dan een gefotografeerde inlander
moet betalen blijft onduidelijk. En dat houden we liever zo.
Het hotel heeft WIFI. Na enig proberen blijkt dat er inderdaad op elke verdieping een accesspoint is
met een simpel password, dat achterop je kamerpasje staat. Er is echter een soort van censuur:
ik kan wel mijn email bekijken, maar niet het Nederlandse nieuws, wel een pornosite bezoeken,
maar niet het weerbericht raadplegen. En geregeld valt de stroom uit, maar dan selectief op bepaalde
stopcontacten; ra ra hoe kan dat? Het personeel weet van toeten noch blazen, hun suggesties en
'oplossingen' maken dat duidelijk. Gelukkig was het gedurende ons hele verblijf zwaar mistig en
regenachtig dus het weerbericht lag wel voor de hand.
Het is koud in Sapa, nota bene in Viet Nam! Ik heb kou gevat en loop nu met 2 truien over elkaar.
Die truien waren bedoeld om op Schiphol bij terugkeer aan te trekken, maar dat blijkt een vergissing:
bij mijn schoonmoeder zit ik onder de airco, in elke supermarkt meerdere airco's, in de bank
waar je geld wisselt hopen airco's, op het trein station, in de trein, in het hotel op de kamer,
in de taxi, in het vliegtuig ... maar wanneer je in Sai Gon, Hue of Ha Noi onverhoeds de straat op gaat,
loop je tegen een hittemuur op. Niet dus in Sapa: het is buiten 17 graden! Waarom hebben ze hier dan
ook overal airco's? Het voelt aan als diepvries! Nou, bedankt! Ben ik alvast weer gewend aan thuis.
;JOOP!