Navigatie
Vorige Menu Volgende

9.Di Bang Xe Lua Di! *)
*) "Neem toch de trein!", in het Vietnamees.

Mijn 'eerste keer' was in 1993. Het reisgezelschap waarmee ik mijn eerste reis door Viet Nam maakte was
door Zuid Viet Nam per busje naar de oostkust gereisd, honderden kilometers, ik had er schoon genoeg van.
De volgende etappe zou ons langs de kust naar Hoi An bij Da Nang brengen, weer een heel eind, en ik wou
liever de trein eens proberen. Aangezien ik de enige was, kocht de reisleider een kaartje voor de nachttrein,
dus terwijl de rest in het hotel overnachtte, was ik al op weg in het donker met de stoptrein.

Een 'waar genoegen' (maar niet heus), nou, in ieder geval een interessante ervaring. Dat zit zo:
van Sai Gon naar Ha Noi loopt een enkel smalspoor (1 meter breed, ons spoor is 1.435 m)
dat nog uit losse staven met bouten en moeren bestaat (het systeem k-deng k-deng / k-deng k-deng).
Hier en daar verdubbelt het zich even bij stations, zodat er niet alleen heen en weer, maar ook met
goederentreinen kan worden gereden. Vergelijk het maar met Arnhem-Winterswijk, net zo gevoelig voor
vertragingen en storingen, waardoor de dienstregeling geregeld een beetje uit het lood raakt.
Die spoorstaven liggen dan wel op houten en ijzeren (!) biels, maar over 1750 Km verzakt er wel eens wat
en buiten de steden komt de reparatieploeg er maar moeilijk bij (op het platteland heb je soms kilometers
ver geen wegen). Verder is rechtuit neerleggen kennelijk een academische prestatie. Nog steeds!

Derhalve is toiletbezoek (ook nog steeds in de 21e eeuw) een hachelijke zaak. Op sommige trajecten schudt
de trein zodanig dat je niet door de gang kunt lopen, laat staan op de bril, of wat daarvoor doorgaat, kunt
blijven zitten. Trouwens, hoe kom je daarop terecht? Soms staat er een laag poep in tot de rand (verstopping
is een internationaal probleem) en na wat schudden staat de vloer ook blank (nee, bruin).
In die eerste trein in 1993 bleek het toilet nog 'in aanleg', d.w.z. na alle rijtuigen te hebben doorzocht vond
ik een soort kamer met een gat in de grond. Er waren geen handgrepen of zo en mijn voorgangers hadden
dan ook een dikke laag missers achtergelaten. Hoe ik erin slaagde het te overleven laat ik aan je fantasie over.

Een smalspoortrein is net als de rails smaller dan ons materieel en aangezien de paar kilometer tunnels op de
lijn nog door de Fransen zijn aangelegd (lees: ze lieten uiteraard de inboorlingen hakken), zijn die tunnels
'zuinig' geboord: geen centimeter te veel. Tenzij iemand alle tunnels opnieuw uithakt, rijden er nooit meer
'brede' treinen in Viet Nam. Het traject Da Nang - Hue voert in een kronkeling met veel van die tunnels,
helemaal langs de rotsige kustlijn: aan de zeezijde kijk je 40 meter recht naar beneden in de branding of naar
een smal onbereikbaar strandje, waar je alleen met een vissersboot kunt komen. Viet Nam op zijn mooist.

De stoptrein, die toch al dienst doet als veewagen en minimarkt, heeft nog steeds harde houten bankjes.
De intercity, die een stuk duurder is, begon ook zo, maar werd gaandeweg verbeterd: grof gaas i.p.v ramen
werd vervangen door beslagen (lek!) dubbelglas, haperende ventilatoren werden brullende airco's,
de slaapbanken kregen een harde matras en er werden dekens en kussen verstrekt.
De luxe in de intercity is, zoals alles in Viet Nam, een soort Tati-systeem (naar de Franse cineast): veel frutsels
en poeha techniek, die allang stuk is en niet wordt gerepareerd. De sneltrein heeft elektrische schuifdeuren die
je gelukkig met de hand kunt openen, er is LED-verlichting, maar zelfs die heeft het hier en daar begeven of is
ooit stuk gestoten. Dit alles in weerwil van de prachtige affiches en advertenties en foto's op Internet.

Het eten in de trein: je kunt wat meebrengen, maar dat raakt vanzelf 'vermengd', schudden van verpakkingen
'hoeft niet'. Blikjes prik VOORZICHTIG openen. Vroeger was daarmee de kous af, later moest de trein
gepromoot worden en werd er gratis voedsel verstrekt, maar sinds de trein populair genoeg is moet er voor
betaald worden; uiteraard geen biefstuk met patat, maar rijst, broodjes, vlees en groenten. Wanneer de trein
op een station stopt kun je er 24 uur per dag iets kopen, maar houdt de trein in het oog: je weet nooit wanneer
hij weer wegrijdt; hooguit geeft de locomotief een signaal vooraf. Vergeet de officiële vertrektijden maar.

Het is een wonder dat er zo weinig ongelukken gebeuren, want in de stad rijdt de trein in volle vaart tussen de
huizen door met een speelruimte van een meter, buiten de stad rijdt hij dwars door akkers en tuinen zonder hekken.
Het schijnt dat kleuters en huisdieren langs de lijn weten dat ze van de rails af moeten blijven, want de
twee aanrijdingen die ik heb meegemaakt in een kwart eeuw betroffen een onvoorzichtig overstekende fietser
en een dronkelap in de schemering, beide op een baanvak buiten de stad.
;JOOP!