Navigatie
Vorige Menu Volgende

8.Turkse Mars
Viet Nam 2003
In Sai Gon kocht ik een Casio keyboard om in de vakantie een beetje op te oefenen en om bij mijn nichtje van
negen achter te laten dan zouden we volgend jaar wel zien hoever zij ermee was gekomen.
Dan hadden we ook nog een keukenmixer, nota bene in Duitsland gekocht, voor een vroegere schoolvriendin
van mijn vrouw. Aanvankelijk wilde zij de mixer per binnenlandse post versturen maar zij wist het adres niet
(± 50 km Noordoost van de hoofdstad), ze stuurde brieven altijd naar het schooltje waar de vriendin les geeft.
Uiteindelijk besloten we de motorfiets van mijn zwager te lenen (hij kan niet weigeren, want hij heeft hem van
ons cadeau gekregen) en zelf de mixer maar te gaan brengen. Ik nam er ruim de tijd voor (40 km vanaf ons
vakantie adres in 3 uur), maar het weer en de weg naar het ontmoetingspunt (een postkantoor halverwege)
vielen erg mee, dus 2 uur te vroeg begonnen we op haar te wachten. We doodden de tijd met postzegels kopen,
cola drinken, rondjes rijden en tevergeefs andere diensten van het postkantoor te proberen af te nemen.
De vriendin was stipt op tijd en hoewel ze elkaar 12 jaar niet meer hadden gezien en elkaar misschien niet
eens zouden herkennen, bleek ik als enige bleekneus in de verre omtrek een handig ontmoetingspunt.
De rest van de reis ging niet over asfalt: we volgden haar, en een kilometer later haar man (zo gaat dat daar)
naar het huis van haar moeder. Na het zoveelste zijweggetje (zij-modderpad) kwamen we bij een huisje waar
de hele buurt uitgelopen leek te zijn. We waren kennelijk aanleiding tot een feestje, waar diverse notabelen
(herkenbaar aan een overhemd) aanwezig waren. Na veel uitnodigen, overreden en vooral gesleur aan mijn
arm (protesteren gaat me slecht af daar) besloten we dan maar mee te eten en te blijven slapen. Wegens
plaatsgebrek gingen we met zijn drieën in één bed (mijn vrouw in het midden!) en vóór een ventilator.
Ik hield al mijn kleren maar aan; handig toen we rond een uur of drie naar het toilet wilden: na een klimpartij
door het hele huisje en na diverse ontgrendelingen (de Vietnamezen slapen altijd en overal achter barricades,
slot en grendel, ook op het platteland dus) vonden we zowaar een hokje met een plee (!).
Zelf op de tast doorspoelen met een emmer uit de regenton overigens. Gelukkig had ik erg weinig gegeten
want zitten durfde ik niet. Na lang aandringen van onze kant gingen we de volgende morgen op weg naar het
huis van de vriendin, nog 15 km verder Noordwaarts glibberen, want we waren nieuwsgierig geworden.
Dit deel van Viet Nam heeft in de oorlog het meest geleden onder de Amerikaanse bombardementen, omdat die
achter elke grasspriet of onder elke steen de Viet Cong vermoedden. Alles werd tot een bruinrode brei waarop de
overlevenden maar weer opnieuw begonnen te bouwen, soms met steen, maar meestal met takken en bladeren.
Plotseling moesten we van de weg, of wat daar ter plaatse voor doorging, af naar een konijnenpaadje, over een
plank over een beekje, langs een maisveldje .... en daar stond het huis dan. Was het huis van haar moeder een
loodsje, dit kon, hoe netjes ook, niet wedijveren met een gemiddelde Hollandse boomhut. En het begon nog te
hozen ook; gelukkig was het dak met vellen plastic waterdicht gemaakt.
Hoewel de gastvrijheid hartverwarmend was waren we nogal gedeprimeerd: de vriendin heeft een gezwel,
haar man zuipt, haar moeder is geschift en de omgeving kennen jullie al een beetje.
Nog voor de regen ophield wilde mijn vrouw dan ook terug; ze had gelijk: we moesten ruim voor donker terug
zijn, want zo veilig waren de weggetjes 'thuis' ook niet zonder daglicht.
De bovenbeschreven wereld was door de slagregen nog verder gedegradeerd tot een prutvlakte en de motor en
onze schoenen raakten prima gecamoufleerd (bruin). We schoten maar langzaam op, want ik glibberde langs het
ene gat naar het andere en er was op die wegen van maximaal 2 meter breed ook nog ander verkeer!

Toen we eindelijk weer wat her en der gebroken asfalt onder ons kregen sloeg het noodlot toe: een tegenliggende
motor haalde een vrachtwagen in, juist toen die 2 fietsende kinderen inhaalde. De motor ging de linker berm in
en sloeg over de kop, de berijders buitelden voor ons door de lucht. Ik kwam op 4 meter van de duopassagiere
tot stilstand en riep tegen mijn vrouw: "hij moet haar laten liggen!", want de versufte man begon al aan de vrouw
te sjorren. In Viet Nam is het namelijk de gewoonte om elk slachtoffer zo gauw mogelijk overeind te zetten alsof
het een pilaar betreft, met fatale gevolgen. De man deinsde terug en ik boog me over de vrouw: bloed uit haar oren,
een reutelende ademhaling, dode pupillen .... schedelbasisfractuur.
Ik legde haar voorzichtig in stabiele zijligging anders zou ze stikken; verder kon ik niets doen. Vijf jaar geleden
zou ze gewoon ter plaatse gestorven zijn, ver van elk ziekenhuis of ambulance, maar juist op dat moment kwam
er een zakenman op de motor langs, trok zijn GSM en begon de plaatselijke politie te bellen.
Wij konden verder niet meer helpen. We verlieten de plek en kwamen uren later nog trillend thuis in Phuoc Loi.
Ik liep direct naar het stoffige kleedhokje en zette het keyboard aan.
Ik probeerde de Turkse Mars van Mozart te spelen, in invalidentempo, maar ik zou het later nog wel eens leren.
Ik heb aanmerkelijk meer tijd dan menigeen in dit land gegund is ....
;JOOP!