Navigatie
Vorige Menu Volgende

7.Tennis In Ha Noi
First Service:
In 1997 gingen we met Tet (Vietnamees Nieuwjaar) naar Ha Noi om Huong, een vrouw die ik daar in 1994
heb ontmoet, op te zoeken. De tennisspullen gingen mee; ze had me namelijk via email laten weten te zijn gaan
tennissen (een ontzettende luxe in Vietnam, de lonen zijn daar een fractie van de Nederlandse, maar bijvoorbeeld
een racket kost hetzelfde als bij ons) en ze nodigde ons uit om een balletje mee te komen slaan met haar en haar
vrienden.
Enfin, we maakten een afspraak ("bij de dierentuin") huurden een motorfiets en gingen daar op de afgesproken
tijd heen. Daar lag een prachtige hard court baan naast - en behorende tot - het splinternieuwe Daewoo hotel.
Nou, nou, zeiden we tegen elkaar, het gaat Huong kennelijk voor de wind.
Wachten, wachten .... geen Huong! Dan de receptie maar geraadpleegd: men wist van niets. Ik voelde nattigheid.
De dierentuin van Ha Noi is nogal groot, ligt er aan de andere kant soms óók een tennisbaan(tje)? .... .... Nee.
Huong gebeld (gelukkig heeft ze telefoon). Ze was inderdaad wat later, we moesten even wachten bij de ingang
van de dierentuin. Welke ingang? "De grote ingang!" Wij naar de hoofdingang van de dierentuin aan de andere
kant. Wachten .... eindelijk kwam Huong aan brommen op haar motor. Ze bedoelde de ingang bij de tennisbaan!
Nou, dit was anders de hoofdingang .... ach laat ook maar. Waar gaan we tennissen? "Volg me maar".
Tot onze ontzetting reed Huong een zijstraat in, tussen de verschrikkelijkste bouwvallen door om ergens tussen
wat hutten en een sloperij (ik weet nog steeds niet wat ze daar sloopten) te stoppen bij een treurig betonnen
baantje met een hek eromheen, zo roestig dat elke bal er wel een gat in zou slaan.
Snel onze tennisschoenen aangetrokken en we verdrongen ons tussen de 10 anderen die op de baan krioelden.
Huong had onze komst kennelijk niet aangekondigd, wat ons op enige geïrriteerde blikken kwam te staan.
Hoezo, geen emoties die Vietnamezen?
Uiteindelijk kwamen we met vier tegelijk aan slag (enkel cross slaan). Ik merkte al gauw op dat slechts één
meisje blijk gaf ooit les te hebben gehad. De rest lepelde nauwkeurig, maar zonder effect of fantasie de ballen
terug over het net. Inderdaad: dat noem ik 'balletje slaan'. Ik moest me natuurlijk weer uitsloven en mepte een
bal onnodig de sloperij in: voor altijd verloren!
Van tellen was geen sprake en ik vermoed dat geen van allen kon serveren. Na afloop bleek dat we ons tussen
de elite hadden gemengd: iedereen verdween per auto (!) op twee na die ook op de motor waren.

Second Service:
Het volgende jaar (1998) gingen we in Juni (dat doe ik dus óók nooit meer) en namen vanuit het hotel contact
op met Huong. Ze kon helaas niet tennissen want ze had een ongeluk gehad met de motor. Dan gingen we maar
met zijn tweeën tennissen. Maar wat een hitte! De zon staat om 12 uur recht boven je kop en maar branden!
Dus gingen we per taxi (uitslovers) naar de hard court bij het Daewoo Hotel, dit keer kon niets ons stoppen!
We reserveerden voor de avonduren van 9 tot 10, dan zou het wel afgekoeld zijn. 'S middags kwam er
zo'n tropische stortbui omlaag dat we de baan nog even belden of het wel door kon gaan. Nou ze waren overal op
voorbereid en de baan was al weer droog. Wij erheen om 10 voor 9. Hoewel er strenge voorschriften hingen dat
er niet meer dan 4 mensen op een baan mochten zag ik er veel meer. Maar klokslag 9 uur verdwenen de meesten,
er bleven 2 mannen van in de 30 op court 1 spelen, er was één toeschouwer, kennelijk een vriend, en er liepen
twee soortement van 'schandknaapjes' rond met de handjes vol ballen. Wij mochten naar het andere court.
De schandknaapjes bleken ballenjongens tegen betaling. Daar had ik geen trek in. Ik voelde me toch al een beetje
opgelaten als rijke toerist, en daar nou ook nog de prof uithangen .... Ik pakte mijn ballen zelf wel net als thuis.
Stél je toch even vóór: stikdonker (voor de straatverlichting van Ha Noi is het nog steeds oorlog), een stel enorme
lichtbakken boven de baan, zo fel dat serveren, dus omhoog kijken, je meteen verblindde. Boven ons hoofd
zoemde een soort 'Battle Of Britain': een paar honderd 'dingen' van een paar centimeter groot en een paar hele
grote exemplaren met een spanwijdte van zo'n 20 centimeter die geregeld naar ons omlaag doken. Ik weet nog
steeds niet wat het waren, ik heb er geen een geraakt en ik dorst het ook niet te gaan vragen bij de receptie.
Op de grond was het veel erger: overal liepen verdwaalde duizendpoten of grote naaktslakken rond. Na enige
tijd over al die fauna heen te zijn gesprongen oordeelde ik dat mijn tennissen al beroerd genoeg ging en begon ik
de meest hinderlijke exemplaren met wat afgevallen boomblad op te vegen en buiten de baan te werken.
Ondertussen was ik drijfnat van het zweet. Op het kantoortje was de prijs van een blikje fris 'toevallig' net iets
gestegen, waarschijnlijk omdat ik niet gepast kon betalen. Gelukkig had mijn vrouw nog wat kleingeld,
dus ik betaalde de officiële prijs (geen cent teveel hoor!). De buren gedroegen zich als fanatieke wedstrijd spelers.
Kwam er een bal over dan sloeg ik hem opzettelijk naar een speler terug (die hem trots negeerde) en niet naar een
ballenknulletje; ging er van óns een bal over, dan moesten we er met een sprint achteraan, wilde je hem nog terug.
Tenslotte dropen we (letterlijk!) ruim voor tijd af. We zaten nèt in een taxi of het begón me toch te hozen!
;JOOP!