Navigatie
Vorige Menu Volgende

6.Naar De Dokter (#2)
Augustus 1996.
Ik ga trouwen met Pham Ngoc Diep. In Viet Nam! Oma van 88 gaat akkoord, moeder, de ooms, neven en nichten,
kortom de hele familie daar. Mijn (Nederlandse) familie vindt het schattig of wordt niet ingelicht.
Nou al die andere Vietnamezen nog aan onze kant zien te krijgen. Dat is me een papiermolen! Kennelijk ben ik
(in veler ogen) de eerste buitenlander die zo'n waagstuk onderneemt. Ik weet wel beter. Maar wellicht is elke
administratieve (of corruptieve) hindernis bedoeld om me er nog eens een nachtje over te laten slapen. Alléén!!!
En mijn huisarts had nog wel zo'n mooie verklaring van niet-AIDS besmetting opgesteld. Men wil er niet aan in de
provincie Long An. Dus reis ik maar weer eens naar mijn liefje en onderwerp me (samen met haar overigens) aan een
onderzoek in het plaatselijke ziekenhuis (dat is dan wel 20 kilometer van Phuoc Loi, haar dorp). Al met al een dure
geschiedenis zo'n huwelijk. Eerst dacht ik dat een keuring alleen haar zou betreffen. Ik dacht nog: 'ze is tenslotte een
export artikel'. Waarom moet IK gekeurd worden? Om haar een garantie te bieden? Ik snap er niets van. Hoe dan ook,
we huren een auto en ondernemen de tocht naar Long An. De hele dag pendelen we heen en weer tussen een paar
medische bouwvallen en (ook nog!) het uitgewoonde optrekje dat voor burgerlijke stand door gaat.

Alleen al de elektrische installatie van de gebouwen doet verwachten dat alles gaat instorten wanneer ik ergens het licht
aan doe. We belanden tussen een paar dames in witte jassen (dokters? verpleegsters?) die ons bloed gaan afnemen.
Met septische (ja, SEPTISCHE) voorgevoelens sprint ik naar voren om er alleen maar achter te komen dat men 2 nieuwe
naalden staat uit te pakken alsof het kerstpakketjes zijn. Er wordt maar één cc bloed afgenomen. Dan komen we bij een
man en een vrouw terecht, ook weer in witte jas. Diep vertelt mij dat dit de AIDS test wordt (!) De dokter (denk ik) leidt
mij naar een kamertje van 3 bij 4 zonder verf of meubilair maar met een paar kasten met rommel. Hij pakt een bakje met
een wattenstokje en gebaart mij dat ik mijn broek moet laten zakken. Hoewel ik meen dat ik er op mijn geslachtsdelen
weinig valt aan te merken kijkt hij niet, d.w.z. met een hand voor zijn ogen strijkt hij op de tast met het wattenstokje langs
het uiteinde van mijn piemel. Na 5 seconden draait hij zich om en ik kan me weer aankleden.
Op de gang tref ik Diep die een soortgelijke ervaring heeft opgedaan. Bovendien loopt het arme kind met haar hele dossier
onder haar arm rond. In Viet Nam heeft blijkbaar iedereen zijn archief, bestaande uit stapels vergunningen, bewijzen en
verklaringen onder zich. Een geboortebewijs is dan ook een briefje op schoolschriftpapier, waarin men beweert daar en
toen te zijn geboren als kind van die en die. Na veel geharrewar komt er een stempel op en .... klaar is het bewijs, dat ten
eeuwigen dage meegezeuld moet worden. Misschien is dat niet overal zo, maar 55 km van Sai Gon wel. Hoe dan ook,
juffrouw Diep heeft al ruim een kilo geschiedenis. Raakt het weg dan besta je niet meer. We gaan maar weer eens ergens
betalen en in de centrale hal zitten. De dag stroomt voorbij.

We komen in een wachtkamer terecht die ook behandelkamer blijkt te zijn van een soort psychiater (?) die voornamelijk
MIJ in het Frans (?) gaat zitten doorzagen te midden van zo'n dozijn patiënten die met de blik van een FRIKI-kip juist
voor de slacht in hun ogen zitten te wachten tot wij weg zijn. Van op je beurt wachten komt in Viet Nam niet veel terecht
met mij in de buurt. Wanneer ik de man uiteindelijk in (steenkolen-) Vietnamees verklaar dat ik niet gek ben en heel wel
weet wat ik aan het doen ben is de lol er kennelijk af. We krijgen een onleesbaar briefje mee en gaan naar de eerste
verdieping terug waar we begonnen. De uitslag krijgen we over drie dagen! Diep maakt de dokter (?) duidelijk dat ik
overmorgen alweer naar Nederland moet. Dat maakt geen indruk maar we kopen de dame om met fruit en bloemen.
Helaas, zegt ze, moet er nog een paraaf van de directeur op en die is niet in de stad. We gaan maar weer naar huis.
Na een telefoontje uit haar dorp (er is een telefoon bij de eendenhandelaar) blijkt dat de directeur terug is.
We racen weer 20 kilometer westwaarts. MAAR .... de directeur is in stafvergadering ....
Dan probeer ik het maar eens als 'alien': de directiekamer staat open vanwege de hitte. Ik loop half naar binnen, wenk
de heer aan het hoofd van de tafel en ga weer naar buiten. Het werkt. De vergadering stokt en de voorzitter komt geschrokken
de gang in. Waar Diep hem onderhanden neemt: "deze belangrijke buitenlander" enz. .... Ik zet een misprijzend gezicht.
De man gaat de directeur zelf halen, die glimlachend zijn krabbeltje zet en na handen schudden vertrek ik weer, goedgekeurd
door de Socialistische Republiek Viet Nam!

De burgerlijke stand wordt en passant omgekocht met make-up, zodat we volgende maand kunnen trouwen. 13 September is
volgens de maankalender een gunstige dag verzekert men mij. Ze krijgen de slappe lach als ik verklaar dat een Nederlander niet
kan trouwen op VRIJDAG DE DERTIENDE. Dus wordt het de Maandag daarna.
;JOOP!