Navigatie
Vorige Menu Volgende

3.Naar De Dokter (#1)
Ik was helemaal niet van plan in een ziekenhuis terecht te komen, bepaald niet in mijn vakantie en al helemaal
niet in Viet Nam. Maar het lot bracht me daar nog wel eens, te beginnen in 1994 in Hue, de derde stad van Viet
Nam gelegen in het midden van het land.
Mijn penvriendin was erg blij toen ze me weer zag, want toeristen komen nooit meer terug (zegt men).
Sterker nog, ze wilde direct met me trouwen en al wat daar bij hoort, maar ik voelde daar weinig voor. Sorry.
We gingen 's avonds naar de film. Halverwege de film wilde ze er al weer uit omdat haar ogen pijn deden.
Het bleek dat half Hue oogontsteking had. Ik herinner me nog een opkomend gevoel van misplaatste
superioriteit, maar twee dagen later had ik het zelf nog veel erger. Ik dorst nauwelijks in de spiegel te kijken.
Mijn oogleden waren knalrood en tegen elkaar aan gezwollen. Met een zonnebril op strompelde ik mijn hotel uit
naar mijn vriendin. Gelukkig had ik al een huurfiets, want ik durfde met zo'n uiterlijk niet in bus of taxi.

De familie van mijn vriendin was niet verrast. Mijn vriendin en een van haar vriendinnen (foto op menu page)
brachten me lopend tussen zich in naar het grote stadsziekenhuis. Gelukkig was dat niet zo ver. Lijken Vietnamezen
gewoonlijk niet zo geïnteresseerd als er een toerist langs komt, nu trok ik bekijks! Vooral in het ziekenhuis.
En ondertussen werd ik het hele terrein rond gesleept (zo'n 3 vierkante kilometer). Ik had gedacht dat ergens wel
een oogkliniek zou zijn, maar zo werkte het niet: dit ziekenhuis leek wel een hologram: een paar honderd
barakjes die elk op zich alle diensten herbergen, en dus van alles maar heel weinig. Ik zag niet veel en verstond
nog minder, maar het werd me duidelijk dat we overal op afwezige artsen of gesloten kantoortjes stuitten.
Uiteindelijk vonden we een polikliniek (noem het maar zo) waar we terecht konden en waar uiteraard al een
menigte mensen stond en zat te wachten. Ik voelde me verschrikkelijk opgelaten toen de oogarts me opmerkte en
meteen zijn behandelkamertje in trok. Met een niet zo professionele grijns op zijn gezicht schoof hij de andere
patiënten terzijde en haalde de stofkap van een antiek aandoend medisch instrument af; kennelijk zijn trots.
Na een kwartier volgens mij niet ter zake doende exercities met het apparaat werd ik weer buiten de deur gezet
en verwezen naar een voor de hoofdingang gesitueerde kraam met medicijnen. Ik weigerde het eerste wat me
werd overhandigd want op de verpakking stond in het Frans, voor hun onleesbaar dus, dat het absoluut niet voor
mijn ogen was bedoeld. Wat ik wel accepteerde kostte 5 dollar (ik was dus rijk!) en dat hielp niet. Ik had dat wel
verwacht want ik had op voorhand al een treinkaartje naar Hanoi gekocht. Ik vluchtte letterlijk met de nachttrein
naar het noorden en naar het centrale ziekenhuis aldaar (zie de foto). Men verwees mij bij de ingang direct naar
het Russische(!) ziekenhuis verderop en daar o wonder sprak men Engels en gaf men mij voor 30 dollar een
penicilline-kuur die me gelukkig in een week weer toonbaar maakte. Weer dat over-rijke gevoel!

Daarmee was de kous niet af. Ik nam weer de sneltrein naar Hue en verraste mijn vriendin nogmaals met een
bezoek. Inmiddels bleek het broertje van haar vriendin uit een boom te zijn gevallen en te zijn afgevoerd naar,
inderdaad, het voornoemde ziekenhuis. Enerzijds uit vriendelijke belangstelling, maar anderzijds omdat ik het
nog eens als gezonde toeschouwer wilde zien bood ik aan om het knulletje te gaan opzoeken in het ziekenhuis.
Dus die avond liepen we in het stikke donker naar de hoofdingang. Na weer het ritueel van de zoektocht over
het hele terrein, maar nu in het absolute donker, troffen we hem aan in een overvol zaaltje van een hokje waar ik
zelfs geen tafeltennis had durven spelen uit angst dat het dak naar beneden zou komen. Hij zat op de grond op
een matje, met zijn misschien wel gebroken of gekneusde rug tegen een kast geleund: er waren geen bedden vrij.
Wanneer ik daar spiernaakt was binnen komen lopen had ik evenveel belangstelling getrokken. Misschien was ik
wel de eerste Europeaan die daar ooit kwam. Helaas zag men mij voor een dokter aan en dus kreeg ik
4 röntgenfoto's in mijn handen gedrukt en keek men mij hoopvol aan. Ik vertelde mijn vriendin (in het Engels)
dat ik daar niets uit kon opmaken.

Als u nu denkt dat er inmiddels wel veel verbeterd zal zijn, nou vergeet het maar: Hue is een arme stad want de
reparatie aan de metalen brug over de rivier die van levensbelang is voor de markt kostte meer dan vier jaar en
het asfalteren van het plein voor het grote theater een vol jaar omdat er gewoon geen geld voor is.
En ik ben nooit meer terug gegaan om te kijken hoe het thans met het ziekenhuis staat, want door gebeurtenissen
van later tijd kan ik inmiddels geen Vietnamees ziekenhuis meer zien!
;JOOP!