Navigatie
Vorige Menu Volgende

2.Noord Viet Nam
Nog steeds 1993, bijna Kerstmis, ja, ook in Viet Nam. We reden weer verder, noordwaarts.
In een restaurantje onderweg wilden sommige reisgenoten absoluut op zijn Nederlands eten.
De Vietnamezen deden waarachtig hun best. We reden verder naar Nha Trang aan de kust.
Er bleek net een tropische storm langs te zijn gekomen, want er lag nogal wat plat. Men stapte
in een soort boot en ging 500 meter uit de kust vis vangen en opeten. Ik houd toch al niet van
vis, en als je dat water daar gezien had .... Dus wandelde ik de stad uit en kwam in een soort
moerasgebied waar de plaatselijke hutjes op een hoopje zand staan. Toen ik weer terug liep
werd ik staande gehouden door een figuur die kennelijk tol hief, waarschijnlijk de plaatselijke
maffia. Ik schold hem de huid vol in het Nederlands en ontkwam zo. Arme autochtonen!
Men ging met de bus naar Hoi An, een klein kustplaatsje. Ik nam echter de nachttrein naar
Da Nang. Toen ik 's morgens te vroeg bij een halte wilde uitstappen brulde de hele trein in
koor: "Not Da Nang! Not Da Nang!". Aardige mensen. Voor 5 dollar achterop een brommer
naar Hoi An. Terwijl de anderen nog over de weg hobbelden huurde ik een fiets en zwierf de
hele dag door de omgeving, hier en daar een praatje makend met de plaatselijke bevolking.
Rond Kerstmis kwamen we aan in Hue. Iedereen wilde naar "De Verboden Stad", ik niet
en inderdaad viel die citadel bij een later bezoek nogal tegen. Maar verboden, he? Dat trekt!
Ik maakte kennis met een sigaretten/benzine verkoopstertje, dat me de stad wilde laten zien.
Dat bleek een goede keus, want zo was ik de enige die o.a. de grote kathedraal bezichtigde.
Ervóór een enorme kerststal. De struiken rondom waren bedekt met watten. Mijn gids had
geen idee waar dat voor diende: ze had nog nooit sneeuw gezien. Op de dag van vertrek
verbond ik nog even haar gewonde voet, gaf mijn adres en kreeg zo een penvriendin.
Tot mijn teleurstelling sloegen we Noord Viet Nam 'even' over en vlogen direct naar Ha Noi.
Bovendien begonnen mijn landgenoten zich steeds kolonialer te gedragen. Ik ging nog even
mee naar Sa Pa in het noorden, maar toen had ik er genoeg van. Iedereen ging naar Ha Long
en ik ging Ha Noi in. De volgende drie dagen waren een openbaring. Ik was nieuwsgierig naar
het computergebruik alhier en via Hoa, een lerares Engels kwam ik bij H.U.T., de technische
Universiteit van Ha Noi terecht. Ik werd van hot naar haar gesleept omdat ze niet wisten wat
ik precies was en plotseling stond ik college Engels te geven aan 3e jaars. De school van Hoa
nodigde me uit voor een feestje en zo kreeg ik op mijn 46e mijn eerste dansles.
Daarmee was ik nog niet van Hoa af: ze probeerde me te versieren, bedelde om een duur
horloge en mompelde o.a. "May be you too heavy for me". Ze bleek echter getrouwd en een
kind te hebben. Toen ik niet hapte kwam ze met een 'vriendin' op de proppen, die single heette
te zijn en we gingen naar de disco. Ik wilde met haar praten maar daar kon je elkaar niet
verstaan. Dus, vriendin ging me een uurtje zitten verleiden met wulpse blikken enzo. Ik vond
haar niet onaardig, maar wilde wat meer van haar weten. Dus buiten gekomen wilde ik met
haar op een bankje mijn Vietnamees uitproberen want haar Engels was knudde. Hoa echter,
blokkeerde deze toenadering. Dat deed de deur dicht. Ik stond op en nam definitief de benen.
Het contact met de universiteit bleek vruchtbaarder. Ik werd uitgenodigd om college te
geven over computers. Dat was leuk (met een simultaanvertaler erbij) maar ik voelde me
nogal opgelaten toen ze na afloop met de pet rond gingen en me onder dankbetuigingen een
forse stapel kleine bankbiljetten overhandigden. Die accepteerde ik maar uit beleefdheid.
Terug in Nederland kondigde een collega aan dat hij ook naar Viet Nam ging en ook met een
reisgezelschap. Hij kon mooi iets voor mij doen. Ik wilde namelijk van dat gekregen geld af
en vroeg hem of hij in Can Tho een enveloppe wilde afgeven aan de mensen die ik eerder had
ontmoet. "Vanuit het hotel naar links de straat uit, het eerste hofje rechts, tweede huis rechts".
Hij was stomverbaasd: "hoe weet jij nou waar we heen gaan?" Maar nog voor hij terug was
kregen we een paar foto's in een expresbrief. Hij had, met een ander reisbureau note bene,
dezelfde reis gemaakt en feilloos de fluitist van mijn eerdere ontmoeting gevonden, want hij
en zijn dochtertje stonden op de foto's. De toeristen uit Europa volgden dus allemaal hetzelfde
spoor door Viet Nam, langs allerlei attracties, zonder het land zelf te leren kennen.
Wat was ik blij dat ik herhaaldelijk van de route was afgeweken. Voortaan ging ik alléén.
;JOOP!