Navigatie
Vorige Menu Volgende

2019-2.Rollen en patronen
Onze maatschappij is gestructureerd met en door de verschillen tussen mensen. Alle mensen gelijk?
Vergeet het maar! Alle Menschen werden Brüder? Nou, een beetje, maar niet overdrijven. Zodra de Franse
revolutie een feit was (Egalité!) werden de kameraad-baas en de kameraad-loopjongen gecreëerd,
en dat was nog maar het begin. Verder zijn we (min of meer) te onderscheiden in mannen en vrouwen,
groot en klein, sterk en zwak, dom en slim, enzovoort. En áls we op elkaar lijken worden we in verschillende
rolpatronen geduwd, soms is het een kwestie van het verkeerde moment of plaats, en soms omdat er maar
plaats was voor één bepaalde functionaris. En we krijgen ter onderscheid verschillende pakjes aan.
Rolpatronen zijn fundamenteel in o.a. de politiek, op kantoor en in het leger. Wat dat laatste betreft,
ik was in dienst niet in voor officiersopleiding: niemand luistert naar me. Het leger is gebouwd op gezag;
zonder dat doet iedereen maar raak. Sterren en strepen maken het onderscheid. En orders zijn orders.
Gaat het fout, dan kost dat misschien mensenlevens, maar dan is de eerste vraag die gesteld wordt:
"Zijn de orders opgevolgd?" Niet: "Wie zijn schuld was dat?". Een officiële herdenking in uniform op de
TV heeft de prioriteit, niet de krijgsraad. Maar rijd je als gewoon soldaat met je jeep een paaltje om ...
In de burgermaatschappij is het niet anders. In mijn 'goeie tijd' ging ik voor mijn baan gekleed in pak met
stropdas. Uit mijn werk deed ik dan boodschappen. In de supermarkt werd ik steevast aangeklampt door
dames die "iets niet konden vinden": ze zagen me aan voor de filiaalchef. Vóór de supermarkt stond een
vage figuur met een stapel zo mogelijk nog vagere krantjes, gekleed in confectie: bedelaar in vaste dienst.
Toen kwam zijn baas langs, ter controle, een jonge kerel in driedelig pak. De taakverdeling was duidelijk.
Singapore Airlines laat zijn lieftallige stewardessen rondhollen in prachtige pyjama's, maar let op de kleuren:
die meid in het groen is de baas (bazin dan). Zij deelt de lakens uit, maar niet de dekens en de menukaarten.
Die knul in uniform met strepen is de co-piloot. Van hem krijg je niets te eten, zelfs niet onder bedreiging.
En dan de automatisering. De eerste keer dat ik als consultant mee ging naar een grote klant leerde ik wat
mijn plaats was: wij wandelden een grote zaal binnen met tientallen werkplekken, computers en printers.
Mijn collega bitste: "daar hangt een printerkabel los, niet aanzitten anders denken ze dat je monteur bent".
Tot dan toe had ik computermonteur een achtenswaardig beroep gevonden; dat bleek een lagere kaste te zijn.
Techneuten (was ik kennelijk) kunnen niet presenteren of toespreken; althans dat is hier en daar de opinie.
Toen ik eens met verkopende collega voor een zaaltje klanten stond wilde er een beslist weten waarom een
disk van 370Mb slechts 340Mb netto bleek te zijn. Mijn maat was hulpeloos. Ik nam het dus maar over en
legde in het kort een disk drive uit { blokken, sporen, gaps, heads, platters } tot tevredenheid van de klanten.
Mijn confrater heeft mij die vernedering nooit vergeven, maar de order was wel gescoord.
Over lagere kasten gesproken, in de automatisering zijn vrouwen dat kennelijk nog steeds.
Zijn ze sexy en slim, dan gaan ze de verkoop in. Ik bedoel als commercieel medewerker, niet als artikel!
Sexy en dom? Dan kunnen ze nog dienen als receptie gezichtje of rondleidster. Niet sexy? Dan kunnen ze
nog nuttig zijn als secretaresse, koffiejuffrouw of toilet beheer, anders zijn ze niet te handhaven. Lelijk?
Dan moeten ze maar weg. Veel klanten, ook vrouwelijke, nemen een programmerende meid niet serieus.
Ik moest eens een presentatie geven samen met een vrouwelijke collega. We spraken af dat zij de presentatie
zou doen en dat ik reserve zou zijn voor lastige vragen. Maar voor elke vraag wendde men zich tot mij,
zelfs toen ik achter in de zaal ging staan. Denk vooral niet dat het in de 21e eeuw veranderd is.
Het is treurig dat veel automatiseerders niet op hun meritus worden beoordeeld. Hun kleding, hun kapsel,
hun dialect, ... De eerste indruk is natuurlijk een daalder waard, maar een boer'n knul, een Marokkaan en
een juffrouw met een zagggte G hebben gemeen dat ze laag worden ingeschat. Wanneer ik terug kijk op
mijn carrière en met wie ik te maken heb gehad dan waren mensen als zij vaak het waardevolst.
Om maar te zwijgen over gekleurde collega's en personen van buitenlandse origine. Die vertrouw je niet.
Daarbij krijgt de hypocrisie de overhand: uit het Westen komen interessante lui, uit het Oosten en Zuiden
komen domme profiteurs. ..... behalve uit India, want meneer Anand is een groot schaker!
;JOOP!