Navigatie
Vorige Menu Volgende

2018-3.(On-)menselijke Trekjes
Ik was ± 12. Onze kat was ziek. Opgegeven. Mijn broer en ik stopten hem in een mandje en namen tram 7
naar de dierenarts in het centrum van Amsterdam om hem (de kat dus) te laten inslapen.
Daar aangekomen brachten we eerst afschuwelijke minuten door in de wachtkamer tussen al die andere
ellendige gevallen. We kwamen aan de beurt. De arts greep de kat, bekeek hem van boven tot onder, pakte een
spuit en prikte die in de kat zijn kont. Op een toon als van een kruidenier die nog een koekje op de weegschaal
legt voegde hij ons toe: " Zo, neem maar weer mee, die kan nog 10 jaar mee!"
Buitengekomen barsten we in huilen uit, alle spanning kwam vrij. De kat begreep er niks van, maar onze
moeder ook niet. Het is ook niet makkelijk uit te leggen.

Ik voelde me helemaal niet lekker, ik had al eens een hartaanval gehad en de angst voor een volgende keer
raak je niet kwijt. Maar later op de avond werd het ondraaglijk. Dokter gebeld. Die kwam, vergezeld van een
assistente, kijken. "Mogelijk een hartaanval, opname!" Binnen het uur stonden er maar liefst twee ambulances
voor de deur, een grote en een kleine. Op mijn pantoffels kroop ik in de grote en werd meteen beplakt met de
nodige kabeltjes. Terwijl we naar het ziekenhuis reden verkondigde de broeder dat hij een ernstige afwijking
op de monitor zag. Voor mijn gevoel was ik al overleden. Na bloedafname en diverse onderzoeken kwam de
dienstdoende cardiologe mij met een pokerface vertellen dat ik GEEN hartaanval had maar een koortsaanval.
Niks aan de hand? Ik mocht (moest) maar weer naar huis. Blij? Helemaal niet blij! Het was al na middernacht.
In de hal van het uitgestorven ziekenhuis stond ik een uur te kleumen op mijn pantoffels tot de taxi kwam.

Ik deed EHBO en toen een collega in elkaar zakte en zo bleef liggen op kantoor werd ik erbij geroepen.
Hij was gauw bij kennis en bleek eerder depressief dan gewond of ziek. De aap kwam spoedig uit de mouw:
ze deden met zijn drieën een automatiseringsproject en alles stond op één disk. Enigszins verward had hij de
(verwisselbare) disk in de drive gezet en gedachteloos geformat, gewist dus. En .... natuurlijk hadden ze
geen backup gemaakt. De ongelukkige wist van radeloosheid niet meer wie hij aan moest kijken.
Dat zijn hoogste baas ook wel eens een natuurramp veroorzaakte was niet relevant. Zonder dat iemand
het voor hem op had genomen ging hij naar huis en ik heb hem niet meer teruggezien op de zaak.

Ik had cursus gelopen in Engeland en op de terugweg verbleef ik een paar dagen in een bed-and-breakfast.
Aan het ontbijt maakte ik een enorme blunder: de 'Landlady' kwam met een krant onder de arm informeren
of ik nog "relatives had in Amsterdam". "Nou", zei ik, grappig, "er zijn er niet veel meer over."
Ik ging door de grond toen ze me de voorpagina toonde van de krant: een ELAL jumbo was op de Bijlmer
gestort. Terug op kantoor kwam ik een vrouwelijke collega tegen die in de Bijlmerflat woonde tegenover de
rampenflat. Ze was helemaal kapot: ze had het vliegtuig vanuit het keukenraam zien neerstorten.
Maar, vertelde ze, het vliegtuig kwam van rechts en in de Telegraaf (krant) stond van links.
Ze kon dit niet verwerken en niemand toonde daarvoor enig begrip. Kort daarna meldde ze zich ziek ....

Mijn baas stelde Fred aan ons voor. Hij zou de PC afdeling doen. Apart vertelde hij ons dat Fred een opgegeven
kankerpatiënt was, ze gaven hem nog 2 jaar hooguit. Dat bleek angstwekkend juist, het werden 23 maanden.
Het nieuws verspreidde zich snel, want ICT-ers willen ook wel eens over iets anders roddelen dan hardware of
software. Fred kreeg veel belangstelling. Maar na een jaar was ik de enige die nog met hem optrok. Iemand
uitte zijn 'belangstelling' in de vorm van een terloops "goh, leeft ie nog?". Fred werkte dubbel zo hard als
vroeger, maar ging zienderogen achteruit. Hij ging van de verkoopondersteuning over naar een afdeling voor
softwareontwikkeling. Zijn nieuwe baas gaf hem een werkplek met een verweesde verouderde PC.
Kort daarna kwam er budget vrij en de hele afdeling kreeg nieuwe, grotere en snellere PC's. Maar niet Fred.
"Dat heeft toch geen zin meer" zei de baas tegen Fred .... De week daarna meldde Fred zich ziek en bleef weg.

Onze wereld is vol kwetsbare individuen. Geen reden om ze dan ook nog te kwetsen.
Geen reden om ze in hun nood aan hun lot over te laten .... en ICT-ers zijn ook niet van ijzer!
;JOOP!