Navigatie
Vorige Menu Volgende

2018-1.Water
Mijn opa was 'nuts' van zeilschepen, mijn vader van schepen in het algemeen. Beiden sleepten me op jonge
leeftijd naar het scheepvaartmuseum in Amsterdam, langs de Amsterdamse haven of over het water met een
van de talrijke ponten of bootjes. Ons vakantieverblijf was jarenlang een grote BM (een kleine zeilboot),
waar we een beetje mee rond zwierven langs de Haarlemmermeerpolder en waar we waarachtig met zijn
vieren op sliepen. Eens voeren we door de binnenwateren van Amsterdam naar Katwijk, mijn eerste 'zeereis'.

Als kleuter had ik, samen met mijn broer, een complete slagvloot van miniatuur scheepjes.
In die tijd was er van alles te koop op een schaal van 1:1200. Menige zeeslag speelden we na op de eettafel.
Ik moet daar, afgezien van overerving, iets aan hebben overgehouden, want water speelde geregeld in mijn
leven een (bescheiden) rol. Mijn beroep als ICT-er stond dat niet in de weg.

Een vriendin had een zomer zeilkamp doorstaan en gezien mijn zeil verleden huurden we een zeilbootje op
een meertje in Amstelveen. We hesen het zeil en dreven het meer op. Daar aangekomen bleek dat we geen
van beiden konden zeilen, we hadden namelijk aangenomen dat de ander die kunst machtig was. Nee dus!
We hadden hooguit wel eens een of ander touw strak mogen houden. Na een serie capriolen waarbij we
alle twee licht gewond raakten slaagden we erin om een stukje rechtuit te zeilen.
Zo groot was het meertje nou ook weer niet, dus we moesten, met gevaar voor eigen leven, zien te keren.
Tegen de wind in terug was te veel van het goede en we streken het zeil maar en peddelden langzaam terug
naar het haventje. Was er geen peddel in de boot geweest dan had iemand anders dit stukje moeten schrijven.
Het was in ieder geval de eerste keer dat ik zelf zeilde en ook de laatste keer dat ik in een zeilboot zat.

Jaren later ging ik geregeld voor mijn werk naar Engeland, aanvankelijk met het vliegtuig. Voor zo'n korte
vlucht vond ik al dat wachten op de luchthavens tijdverspilling. Bovendien was ik verderop afhankelijk van
openbaar vervoer, terwijl ik toch een auto van de zaak had. Dus reed ik de volgende keer naar Calais en dook
de tunnel trein in. Dat was een hele omweg en in die tunnel zie je bovendien weinig. Tenslotte nam ik de boot
van Hoek van Holland naar Harwich. Dat was leuk: ik was weer op het water, uren lang zelfs.
Tengevolge van een staking bij de veerboot kwam ik in Vlissingen terecht op de boot naar Sheerness.
Ook leuk, hoewel een stuk verder met de auto. Nog later ging ik jaarlijks een paar weken in een dierenopvang
bij Gatwick werken en toen lag de Vlissingen-route juist weer gunstig.

En nu .... ik ben gepensioneerd, ik hoef nergens meer naar toe. Mijn vakanties breng ik in eigen land door of
in het verre oosten. Derhalve geen boot maar een vliegtuig, hoewel ik soms weleens droom van op een
vrachtboot naar Viet Nam te varen. Maar .... het bloed kruipt waar het niet gaan kan, zeggen ze:
ik heb een trein abonnement met zgn. keuzedagen. Dat betekent dat ik bijvoorbeeld geregeld naar Amsterdam
ga om op verscheidene manieren over het IJ te varen: ponten genoeg en allemaal gratis.
Of ik ga naar Den Helder en maak een 'cruise' naar Texel en (meteen weer) terug voor een paar Euro.
Zelfs nam ik wel eens de waterbus van Rotterdam naar Dordrecht, maar door een bijna-schipbreuk
halverwege is mijn enthousiasme daarvoor getemperd.

Maar niet getreurd, er is water genoeg en er zijn pontjes en veerboten in overvloed en .... de zeespiegel stijgt!
;JOOP!