Navigatie
Vorige Menu Volgende

2016-6.Verspilling
Zie ook: Boek Genesis 38 vers 9

Er wórdt wat weggegooid in onze consumptiemaatschappij! Ik bedoel niet alleen voedsel, maar van alles.
Aangezien ik net na de hongerwinter (1944-1945) ben geboren, kreeg ik (letterlijk) ingelepeld:
1) bordje leeg eten! 2) pan moet ook leeg! Dus ik gooi bijna nooit iets weg, wat mijn overgewicht verklaart.
Maar eten weggooien of 'non-food' verspillen, dat is onlosmakelijk met elkaar verbonden; het is een kwestie
van mentaliteit, opvoeding, gewoonte en cultuur (of wat daar voor door gaat):

Proeven: wanneer de kwaliteit of de bruikbaarheid van enige waar moet worden bepaald wordt er steevast
een hoeveelheid vanaf geknipt, gestoken, geschaafd of geboord en dat monster gaat grotendeels in de afval.
Soms is dit monster belachelijk groot of veel: er blijft dan weinig over.

"Niet nodig": bij elk apparaat, voertuig of meubel worden enige accessoires meegeleverd, die de gebruiker
in staat moeten stellen een en ander aan te kunnen passen aan zijn/haar persoonlijke gebruiksstijl.
Het merendeel van deze accessoires gaat dus vroeg of laat in de vuilnisemmer, tenzij je een meervoudige
persoonlijkheid hebt.

Reserve: overal liggen magazijnen vol met reserveonderdelen voor het geval er iets stuk gaat of versleten
raakt. Helaas 'leven' de apparaten waarvoor e.e.a. aanzienlijk korter dan bedoeld en de onderdelen passen
natuurlijk niet meer op het nieuwe type. Of men weet niet dat ze bestaan en gooit een defect apparaat weg.

Verkeerd: jullie moesten eens weten hoeveel dingen er verkeerd worden besteld en vervolgens (schaamte?)
worden weggemoffeld of met veel 'gezag' goedgepraat. Vergissen is menselijk, maar soms is het gewoon
doordrammen op andermans kosten. En denk niet dat e.e.a. alleen bij de overheid plaats vindt, in tegendeel.

Miskoop: of een product voldoet blijkt doorgaans pas bij het gebruik ervan. Ruilen of terugbrengen is dan
niet meer mogelijk (condooms, roomtaartjes, ondergoed, winterbanden, rolmops, seksfilms ....), weg ermee!

Hamsteren: in tegenstelling tot bewaren, sparen of verzamelen leidt deze gewoonte (eufemisme) tot het
aanleggen van zinloze, onsystematische en onbruikbare hopen goederen. Voorbeeld: nadat mijn vader in een
tehuis was ondergebracht mocht ik zijn woning leegruimen. Behalve de 10 (!) kapotte koffiezetapparaten
waarvan wijlen mijn moeder nooit afstand had kunnen doen, vonden we een paar kilo bouten en schroeven,
weliswaar keurig in jampotjes, maar alles door elkaar, op het oog geen 2 gelijke maten. Het kostte me een
maand om een bruikbare hoeveelheid af te scheiden van een 'unieke collectie' die in de afvalemmer verdween.

Volume: aangezien tegenwoordig de (slimme?) manier van beheer van disks en USB-sticks het nodig maakt
om ten minste 10% van de beschikbare ruimte vrij te laten kun je ze nooit ten volle benutten.
En wanneer je iets op DVD of USB-stick zet zou het wel toevallig zijn wanneer je die helemaal vol schrijft.
Van ontelbare voorzieningen KAN gewoon geen 100% gebruik worden gemaakt, bijvoorbeeld: je beschrijft
papier maar aan één kant en het beschreven oppervlak is maar een fractie van de bladspiegel.

De combinatie: bepaalde printers hebben veelkleurige inkt cartridges. Handig: 2 stuks en je hebt 4 kleuren
inkt. Maar wanneer er één kleur op is, mag je een nieuwe cartridge kopen. Of zelf gaan hervullen (= klooien).

Onmin: eens werkte ik enige tijd bij een belangrijke klant, die tenminste 4 prominente computer merken in
zijn bedrijf had staan. Deze verschillende merken werden door diverse aparte onderafdelingen beheerd.
Ik bracht mijn (werk-)tijd door op één van deze architecturen, maar, als ervaren programmeur voel je als het
ware aan dat je maaksels anders zullen worden ingezet. Daarom testte ik mijn producten stiekem ook op een
paar andere machines. Groot was dan ook mijn genoegen, toen men me (aarzelend) kwam vragen of het veel
werk zou zijn om naar een andere architectuur te 'emigreren'. Dat had ik dus al enigszins voorbereid.
Ik maakte een installatie set en overhandigde de programma's (verdacht) snel aan de doelgroep.
Daarna werd het stil. Maanden later ging ik eens voorzichtig vragen hoe het product beviel.
Nou dat wisten ze niet; sterker nog: er was zo gauw niemand te vinden die nog wist waar het over ging.
Uiteindelijk bleek dat men door een forse ruzie tussen twee afdelingen niet had kunnen besluiten op wiens
machines het feitelijk zou gaan draaien. Dus mijn nijvere kunst lag nog steeds ergens op een plank te stoffen.
Misschien nog steeds. Gelukkig is het wel betaald.

Als je dit alles in gedachten neemt is het moeilijk in deze wereld gemotiveerd te blijven produceren.
;JOOP!